Selecteer een pagina
Trump ingezworen zonder Twitter af te zweren

Trump ingezworen zonder Twitter af te zweren

 

Nu Donald Trump is ingezworen als president, is het maar de vraag of hij zijn geliefde Twitter gaat afzweren. Vooralsnog blijft hij het gretig gebruiken. En met effect.

Via zijn twitteraccount is Donald Trump zelf uitgever van zijn nieuws. Hij is niet afhankelijk van de interpretatie en timing van journalisten en de media waarvoor zij werken en hoeft ook geen kritische vragen te beantwoorden. Doordat hij de inhoud en de timing zelf kan bepalen, zit hij aan de knoppen. Hij maakt daar handig gebruik van door vaak ’s nachts of ‘s ochtends vroeg te tweeten, waardoor hij het gesprek van de dag kan bepalen en een belangrijke hand heeft in de ‘agendasetting’ van traditionele media. Dat hij veel tweets ook daadwerkelijk zelf maakt en post en daarbij geen blad voor de mond neemt, draagt bij aan het beeld van een authentieke, onconventionele man. Hiermee spreekt hij klaarblijkelijk veel Amerikanen aan.

Niet alleen profiteerde hij daarvan tijdens zijn campagne, ook na de verkiezingen maakt hij handig gebruik van het medium. Om kritiek over mogelijke Russische inmenging af te leiden bijvoorbeeld. Een aanval van burgerrechtenactivist John Lewis ging door een felle twitterreactie van Trump al snel over de aanval als zodanig, en niet over de inhoud.

Aandelen Boeing in een duikvlucht
Ook geeft het hem de mogelijkheid om publiekelijk instanties, organisaties en personen aan de schandpaal te nagelen. Door organisaties voor het blok te zetten, krijgt hij op die manier zaken voor elkaar. Zo sprak hij onlangs Boeing aan over de kosten voor de bouw van de nieuwe Air Force One. Niet veel later volgde een constructief gesprek met de CEO van de vliegtuigbouwer die in de tussentijd zijn aandelen in een duikvlucht zag raken. Hij kon weinig anders doen dan naar Trump luisteren. Bedrijven die overwegen buiten Amerika te investeren, vrezen de openlijke mening van hun president, die ze in 140 tekens ongenadig hard op hun plaats kan zetten met een simpele tweet – een machtig wapen in de handen van een president.

Risico’s
Achter zijn vaak impulsieve tweets schuilt ook een enorm risico. Want ook de onconventionele manier en de soms emotionele, impulsieve inhoud van de boodschappen gaan wennen. Tegenstanders zullen zich er tegen wapenen. Trump heeft al aangekondigd om naast het officiële @potus-account zijn eigen twitteraccount te gebruiken. Of hij ook zijn toon gaat matigen is de vraag: vooralsnog heeft hij dat niet gedaan. Met alle risico’s van dien, want de emotie wint het nog wel eens van de ratio.

Een ander risico is dat er nu zo ontzettend veel waarde wordt gegeven aan zijn tweets, dat dit bij een hack verstrekkende gevolgen kan hebben. En als zelfs de accounts van Jack Dorsey (CEO van Twitter) en Mark Zuckerberg (drie keer in 2016) gehackt kunnen worden, waarom dan niet het account van een man die per ongeluk een vrouw uit Brighton mentioned in plaats van zijn dochter? Hoe waterdicht is Twitter eigenlijk? Niet echt, menen experts. Feit is dat hij een nieuwe, beter beveiligde telefoon heeft gekregen. Toch blijft het een risico. Het voordeel van een president die regelmatig pers te woord staat en persconferenties geeft, is dat je de president de uitspraken ook ziet doen. Bij Twitter is dat uiteindelijk maar een aanname: het gevaar bestaat dat een hacker aan de knoppen komt, en dan is het maar de vraag hoe snel tweets kunnen worden geverifieerd – want niemand zal opkijken van een opvallende, onconventionele tweet van de ‘machtigste man op aarde’.

Trump zal niet snel veranderen. Het is eerder de vraag of de wereld om hem heen verandert. De woordvoerders van het Witte Huis, de communicatiestrategen en beleidsmakers, de media die kritische vragen stellen tijdens een persconferentie en kanttekeningen plaatsen in interviews: zij bepalen niet langer het beeld van een president. Dat beeld wordt voortaan bepaald in 140 tekens.

Sietse Pots

Managing Director

Vijftig jaar televisiereclame: darten met een heipaal?

Vijftig jaar televisiereclame: darten met een heipaal?

 

In de week dat Michael van Gerwen zich kroonde tot wereldkampioen darten, is het vijftig jaar geleden dat de eerste reclame op de Nederlandse televisie te zien was. Via slechts enkele beschikbare zenders wisten merken met televisiereclames destijds een miljoenenpubliek te bereiken. Inmiddels is het maar de vraag of de klassieke tv-commercial, in de vorm zoals we die nu kennen, de pensioengerechtigde leeftijd gaat halen.

‘Heb je die nieuwe reclame van Even Apeldoorn bellen al gezien?’. Het was een vraag die je niet zo lang geleden bij elke koffieautomaat op het werk of op een willekeurig feestje kon verwachten. Grote kans ook dat je bevestigend kon antwoorden; aan reclame was geen ontkomen. Hoewel de kans dat iemand ‘iets van’ een grote tv-campagne meekrijgt nog altijd groot is, kijken met name jongeren steeds minder televisie. Merken proberen hen online te bereiken met reclame op maat, maar ook dat is lastig omdat juist jongeren vaak adblockers gebruiken.

Fundament voor merkcampagne
Experts schetsten eerder deze week bij onder meer de NOS en RTL Nieuws hun visie over televisiereclames. Dat een goed gemaakte tv-reclame effect heeft, lijdt weinig twijfel. Ook de komende jaren vertrouwen merken op de kracht van televisiereclames, zo blijkt uit cijfers. PwC voorspelt dat merken in 2020 ruim één miljard euro aan televisiereclame spenderen.

Specifieker targetten kan al langer dankzij de enorme verscheidenheid aan zenders en programma’s. Mogelijk zijn tv-reclames in de toekomst nóg gerichter in te zetten. Toch blijft een tv-commercial vooralsnog als darten met een heipaal: grof geschut waarmee de kans best reëel is dat je jouw doelgroep bereikt en zo het fundament legt voor een succesvolle merkcampagne. Spannend blijft wel of de paal ook in het bord blijft hangen: daar waar goede tv-reclames vaak worden onthouden, is voortdurend de vraag of het achterliggende merk of de onderliggende boodschap ook beklijft. Ook is er altijd de levensgrote kans op een bouncer door wegzappende kijkers.

Het vraagstuk is of een tv-reclame zich leent voor elk doel. Als dat snelle naamsbekendheid is bij een groot publiek, dan is televisiereclame beslist een effectief marketingmiddel, zeker voor een groot consumentenmerk. Meer specifieke doelstellingen bij specifiekere doelgroepen met specifiekere boodschappen vragen echter om een specifiekere benadering. Dan moet je als merk, naast het darten met heipalen, met een dartpijl op een specifiek vakje kunnen mikken.

Bullseye voor Barney
Dat kan onder meer met online reclame-uitingen, zoals steeds vaker gebeurt. Maar ook op andere manieren. Door als merk op zoek te gaan naar écht relevante boodschappen, zowel inhoudelijk als emotioneel, kun je met weinig budget toch je doelen bereiken. Écht sterke content, het liefst zonder een al te commerciële verpakking of boodschap, maakt van je klanten, medewerkers en volgers een oprecht, authentiek, enthousiast (én gratis!) distributiekanaal. Het voordeel van deze aanpak is dat je merk direct gelinkt wordt aan een boodschap die bij je past en, als je het goed doet, bijdraagt aan jouw organisatiedoelstellingen.

Een andere Nederlandse darter ondervond recentelijk aan den lijve welke kansen nieuwe media bieden: een tweet van Raymond van Barneveld waarin de commerciële boodschap er wel heel dik bovenop lag, ging juist daardoor viral. Zo werd het klassieke zenden ineens delen. In vaktermen werd een ‘paid’ reclame-uiting op een ‘owned’ social mediakanaal gelanceerd via ‘earned’ en ‘shared’ media. Zo bereikte de tweet onbedoeld toch het beoogde effect, werd ‘radiatorfolie’ trending en bewees ‘Barney’ – weliswaar onbewust – nog altijd met scherp te gooien. Bullseye voor Barney. Met een pijl, niet met een paal.

Sietse Pots

Managing Director

Lees deze blog niet

Lees deze blog niet

Ben je toch begonnen met lezen? Interessant. Aangezien de kop helemaal niets zegt.

En daarmee alles.

Want je leest deze blog nog steeds. Vraag je eens af hoe dat komt.

Omdat je nieuwsgierig bent? Omdat het op onze site staat, of via onze social kanalen is uitgestuurd waardoor je vermoedt dat het over jouw vakgebied gaat? Of omdat je ‘m hebt ontvangen via je netwerk?

Blijkbaar hebben die aspecten je doen besluiten om toch deze blog te lezen. Zonder iets te zeggen, is je aandacht getrokken.

Ik kom het bij veel organisaties tegen: de rem om iets te zeggen. De gedachte dat wat ze doen, helemaal niet zo bijzonder is – het is nu eenmaal de dagelijkse praktijk. Zitten mijn doelgroepen wel op mij te wachten? Willen ze wel iets van mij lezen, zien of horen? Maar ik heb toch niets nieuws of belangrijks te zeggen? Kan ik het allemaal wel wetenschappelijk onderbouwen?

Heel vaak zijn het drogredenen. Jouw organisatie is ergens heel goed in. Het is relevant voor een bepaalde doelgroep. Anders zou je organisatie niet bestaan. Jij bent blijkbaar ergens heel goed in. Je weet mensen te raken, te bewegen, te inspireren. Anders zou je er niet werken.

Contentmarketing hoeft niet altijd inhoudelijk en wetenschappelijk verantwoord te zijn. Gooi de schroom van je af: begin vooral, en doe het regelmatig. Besef dat wat je doet, echt de moeite waard is om te vertellen. Beter iets te vaak van je laten horen, dan niets doen. Want dan doen anderen het wel.

Je netwerk ziet je als expert of als gezaghebbend, als leuk of interessant. Het feit dat jij iets zegt of schrijft, spreekt aan.

Dat dat echt niet altijd wetenschappelijk onderbouwd of helemaal doordacht hoeft te zijn, bewijst deze nietszeggende blog. Die blijkbaar veel zegt. Want je hebt ‘m helemaal uitgelezen.

Sietse Pots

Managing Director

Meldplicht datalekken: communiceren als verplichting

Meldplicht datalekken: communiceren als verplichting

 

De telefoon gaat. “Goedemiddag, met NOS Radio 1. Een van uw wetenschappers mailde ons zojuist een persrapport met onderzoeksresultaten. Daarin staan echter ook allerlei persoonsgegevens van de onderzoeksgroep zoals informatie over hun ziektebeeld. Kunt u bevestigen dat…”

Deze case legden we de afgelopen maanden voor aan deelnemers aan onze workshops ‘Communicatie en de Meldplicht Datalekken’. Zij kregen de opdracht om zo snel mogelijk de ontstane communicatiecrisis te bezweren. Eerlijk is eerlijk: Zelfs de meest ervaren woordvoerder bekruipt op zo’n moment toch het gevoel dat een hert ook heeft als het verstijfd in de koplampen van een naderende vrachtwagen staart, luttele seconden voor de aanrijding. Wat nu?

Ik kan me het gevoel dat sommige deelnemers aan onze workshop kregen, heel goed voorstellen. De reputatie van je organisatie staat onder druk; je communicatie ligt onder het vergrootglas. Kom hier maar eens ongeschonden uit. Want zo’n telefoontje komt altijd onverwachts. Toch?

Het overwachte komt niet onverwachts
Integendeel. In dit geval kan je het onverwachte toch voorspellen. Om de simpele reden dat elke organisatie vroeg of laat met een datalek te maken krijgt. En dat de kans groot is dat persoonsgegevens daar onderdeel van uitmaken.

Communiceren daarover is niet langer een keuze. Sinds 1 januari 2016 is het verplicht binnen 72 uur melding te maken bij de Autoriteit Persoonsgegevens als persoonsgegevens op straat belanden. Ook de personen op wie die gegevens betrekking hebben, moeten in sommige gevallen geïnformeerd worden. Het niet naleven van deze wet kan leiden tot boetes van meer dan 800.000 euro. En een flinke deuk in je reputatie.

De potentiele impact van het lekken van gegevens op het dagelijkse leven van iemand wordt nogal eens onderschat. Doel van de Meldplicht Datalekken is onder andere dat organisaties beter omgaan met privacygevoelige informatie. En dat personen van wie de gegevens zijn uitgelekt dat sneller weten. Zorginstellingen en financiële instellingen beseffen al langer dat patiënt- en klantgegevens goed beveiligd moeten worden. In veel andere sectoren en branches is die bewustwording minder. Persoonsgegevens, bankrekeningnummers, persoonlijke informatie van eigen medewerkers: vrijwel iedere organisatie bezit gevoelige persoonsgegevens. En vrijwel iedere organisatie kan dus te maken krijgen met de Meldplicht Datalekken.

Mail naar de verkeerde persoon
Je kunt je nog zo goed beveiligen tegen bijvoorbeeld een hack van buitenaf – waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Iedereen die ik ken, heeft wel eens een mailtje gestuurd naar een verkeerd mailadres. Laat dat nou net een mail zijn waarin ook persoonsgegevens staan en er kan sprake zijn van een datalek dat je moet melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Waar het zwaartepunt nu vooral bij ‘de IT-afdeling’ ligt, is er een heel grote rol weggelegd voor de communicatie-afdeling. Het besef bij communicatieprofessionals dat de Meldplicht Datalekken ook een hele sterke reputatiecomponent heeft, is nog niet overal doordrongen. De gevolgen van een lek kunnen enorm zijn voor je reputatie. Zeker als jouw klanten daar via de (social) media achter moeten komen. Maar ook op het gebied van interne communicatie is er een cruciale rol weggelegd voor communicatieprofessionals.

Want zeg eens eerlijk: weet iedereen binnen jouw organisatie waar hij of zij een datalek moet melden? En doet iedereen dat ook, of is de cultuur daar niet naar? Weet iedereen überhaupt wanneer er data zijn gelekt?

Misschien nog belangrijker: weet iedereen hoe het risico van het lekken van data vermeden kan worden, of nemen collega’s nog regelmatig onbeveiligde laptops en USB-sticks met persoonlijke gegevens van klanten mee naar huis ? Sturen ze hun mails met persoonsgegevens van klanten echt áltijd encrypted?

Ik vrees van niet.

Regie pakken over je communicatie
Als de telefoon gaat en een journalist informeert naar gelekte gegevens, weet je in ieder geval dat je te laat bent. Zorg dat dit telefoontje er niet komt door de interne communicatie op orde te hebben. En mocht het fout gaan: meld het zelf aan de Autoriteit Persoonsgegevens en de klanten die het betreft. Zo voldoe je niet alleen aan de wet, je hebt ook de kans om zelf naar buiten te treden en regie te houden over de communicatie met klanten en eventueel de media.

Bedenk daarbij hoe je het zelf zou vinden als jouw persoonsgegevens waren gelekt. Liever hoor je dat zo snel mogelijk van de desbetreffende organisatie zelf, dan dat je er via een omweg achter komt. Liefst met welgemeende excuses, een aantal maatregelen die je meteen kunt treffen en een uitleg hoe dit voortaan wordt voorkomen.

Zo zorg je niet alleen dat je voldoet aan de Meldplicht Datalekken. Je zorgt er ook voor dat je het vertrouwen van je belangrijkste stakeholders niet te veel schaadt.

Sietse Pots

Managing Director

Hoe defensie ons van de nieuwe straaljager laat houden

Hoe defensie ons van de nieuwe straaljager laat houden

De luchtmacht pakt groot uit met haar nieuwe gevechtstoestel. Maar liefst 75.000 mensen zagen de piloten landen op de basis in Leeuwarden. Daarnaast pronkt het leger op 10 en 11 juni met de JSF’s op de Luchtmachtdagen en maken ze een rondvlucht langs alle Nederlandse bezienswaardigheden. Een verdraaid goede PR-tour.

Communicatiemix
Sietse Pots, managing director bij Sterk Werk Communicatie uit Rotterdam, ziet een ‘breed ingestoken campagne met een brede communicatiemix’: social media, persberichten, piloten die hun verhaal vertellen bij RTL Late Night en interviews met luchtmachtpersoneel op de site van Defensie. “Zo krijgen niet alleen de harde feiten en cijfers aandacht, maar wordt ook de beleving eromheen geprikkeld. Er wordt geprobeerd een gevoel van trots te kweken.”

Authentiek
Puur vanuit professioneel oogpunt lijkt het al met al een goed doordachte en uitgevoerde campagne, meent Pots. Dat het ministerie hiervoor eigen nieuwskanalen en gratis publiciteit heeft ingezet, maakt het ook nog eens een relatief voordelige aangelegenheid. “Een reclamecampagne was veel duurder geweest en is beslist minder authentiek.”

Via deze link leest u het hele artikel: http://www.ad.nl/nieuws/hoe-defensie-ons-van-de-nieuwe-straaljager-laat-houden~ab1b04bf/

Sietse Pots

Managing Director