Bekijk je strategische communicatieplan door een zomerse bril

Bekijk je strategische communicatieplan door een zomerse bril

De officiële start van de zomer betekent ook dat het eerste halfjaar van 2021 er bijna op zit. Hoog tijd om het strategische communicatiejaarplan er nog eens bij te pakken. Ongetwijfeld hebben sommige projecten en campagnes – mede als gevolg van onzekere coronamaanden – nog niet het doel bereikt dat je voor ogen had. Maar geen paniek! Juist nu is het een goed moment om je plan en bijbehorende doelstellingen met een zomerse bril te bekijken en eventueel tijdig bij te sturen. We helpen je vlak voor de zomervakantie graag op weg met wat tips.

Tip 1: meerdere wegen leiden naar Rome

Natuurlijk, als organisatie wil je graag vasthouden aan het plan wat sinds begin dit jaar het vertrekpunt vormde om je doelstellingen te behalen. Toch is het niet verkeerd om nog eens te kijken of de weg naar die doelstellingen nog steeds dezelfde moet zijn. Marktomstandigheden veranderen immers. Specifiek dit jaar geldt dat er steeds meer mogelijk is nu de coronamaatregelen worden losgelaten. Wat is de impact hiervan op jouw doelgroep? Heeft deze nog steeds dezelfde prioriteiten? We raden aan om in een creatieve brainstorm met collega’s nog eens na te gaan of je campagne of project nog de juiste insteek hebben. Is dat zo? Helemaal prima! Is dat niet zo? Geen zorgen, dit is hét moment om er een andere invalshoek aan te geven. Er zijn immers meerdere wegen die naar Rome leiden!

Tip 2: kies niet voor een last minute

Zijn je doelstellingen zelf nog realistisch en haalbaar? En is de planning ook dusdanig dat alles nog dit jaar te realiseren valt? Vergeet ook niet de afstemming met andere collega’s en projectteams. Als blijkt dat er meerdere campagnes gelanceerd worden dit najaar, kan dit een averechts effect hebben. Zowel interne als externe stakeholders zien jouw organisatie namelijk vaak als één geheel.

Wees eerlijk tegen jezelf als je een onderbuikgevoel hebt dat jouw plannen niet realistisch zijn. Het is beter om nu de knoop door te hakken en over te gaan op een plan B, dan om aan te modderen tot november en dan, als het eigenlijk al te laat is, alsnog in de paniek te schieten omdat iets niet haalbaar blijkt. Ga dus niet voor een last minute door eind van het jaar nog een halfbakken campagne in elkaar te flansen! Je hebt deze zomer nog alle tijd om een andere campagne te bedenken en voor te bereiden als dat nodig blijkt.

Tip 3: waarom die all inclusive toch een goed idee is!

Je hebt geconcludeerd dat je doelstellingen nog realistisch zijn en ook de weg naar het behalen daarvan de juiste aanpak is. Mooi! Nu alleen nog de uitvoering: het optuigen van de (content)campagne. Juist hier gaat het nog wel eens fout. Want praktijkcollega’s of kennispartners blijken de eerstkomende drie maanden een overvolle agenda te hebben, of zijn met vakantie net op het moment dat jij stappen wilt zetten. Creëer dan maar eens de content waarvoor je hun hulp zo hard nodig hebt…

Loop jij tegen dit soort problemen aan bij het maken van je campagne? Overweeg dan eens om na de zomer een week in te plannen waarin alle betrokkenen bij de campagne hun agenda’s (deels) vrijmaken zodat je in vijf werkdagen alle middelen kunt maken: van het delen van de kennis van inhoudelijke experts tot en met het uitwerken en opleveren van de definitieve versies. All inclusive, om in zomerse termen te blijven. Een week knallen, waarna je zeker weet dat je je campagne ook daadwerkelijk kunt lanceren later dit jaar. Heb je hier hulp bij nodig? We helpen je uiteraard graag, zowel deze zomer als daarna!

Evi van den Oever

Managing Director, Sterk Werk Communicatie

Woordvoering en privacy: drie tips uit de praktijk

Woordvoering en privacy: drie tips uit de praktijk

Bijna elke organisatie herkent dit: één individuele casus met een klant, lid, bewoner of belangrijke stakeholder wordt breed uitgemeten in de media en brengt de reputatie potentieel in gevaar. “Geen commentaar” is nooit een goed antwoord, maar tegelijkertijd word je als woordvoerder enorm beperkt door privacyrichtlijnen. Je kunt immers niet zomaar aangeven dat de klant al jaren zijn rekening niet betaalt, de bewoner wordt verdacht van handelen in verdovende middelen en de belangrijke stakeholder zaken doet die het daglicht niet kunnen verdragen. Toch zijn er mogelijkheden om als woordvoerder te laveren tussen reputatieschade en inbreuk op de privacy. In dit blog geven wij je drie tips uit de praktijk.

Tip 1: Wees transparant voor zover je kunt

Onze eerste tip luidt: wees transparant voor zover dit mogelijk isDat je de privacy van een individu in acht neemt, wil niet zeggen dat je ook helemaal niets over de situatie kunt vertellen. Leg daarbij ook duidelijk uit waarom je – vanwege privacy – bepaalde informatie niet kan delen. In veel gevallen kun je wel aangeven hoe jullie er als organisatie instaan, bijvoorbeeld dat je het ook een vervelende situatie vindt en welke stappen je gaat ondernemen om dit op te lossen. Kortom: beter een reactie die niet volledig maar wel authentiek is, in plaats van de deur dichthouden met geen commentaar. Misschien is er ook meer mogelijk op het gebied van privacy dan je denkt. De Autoriteit persoonsgegevens, die toeziet op de AVG, heeft een informatiepunt waar ook organisaties hun vraag kunnen voorleggen. Bij twijfel: maak hier zeker gebruik van.

Tip 2: Veralgemeniseer

Onze tweede tip is veralgemeniseer het verhaal. Probeer je verhaal naar een hoger abstractieniveau te tillen in plaats van in te gaan op de individuele casus en geef daarbij procesinformatie. Geef aan hoe de organisatie in algemene gevallen omgaat met vergelijkbare casussen en welke protocollen daaraan ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld: hoe ziet het voortraject eruit voordat een bewoner uit zijn huurwoning wordt gezet, of hoe werkt de klachtencommissie wanneer een klant ontevreden is over een product of dienst. Let wel op: belangrijk is om eerst te verifiëren of het gegaan is zoals wordt beweerd.

Tip 3: Blijf in de lead

Zeker als het gaat om potentieel privacygevoelige zaken kun je door de voorzichtigheid de lead kwijtraken bij dit soort woordvoeringsvraagstukken. Op basis van de voorgaande tips is er gelukkig altijd een antwoord voorhanden, maar zorg ervoor dat je je geen woorden in de mond laat leggen en  duidelijke antwoorden formuleert. Stel daarom van te voren goede Q&A’s en een kernboodschap op zodat je de vragen kunt beantwoorden op de juiste manier. Soms hebben journalisten de neiging je woorden in de mond te leggen door bijvoorbeeld te zeggen “We kunnen wel aannemen dat het klopt dat …. toch?” Zodra je instemt of ontkent kunnen zij een quote formuleren die jij niet gegeven hebt, wat een privacy-issue met zich mee kan brengen. Zeg in plaats daarvan bijvoorbeeld “Ik zou het anders willen formuleren namelijk..” Hierdoor houd je zelf de controle en kun je teruggrijpen naar je kernboodschap. Zie je verklaring als kans om een verhaal te doen in plaats van als een aanval.  

Uiteindelijk probeert een journalist zijn of haar werk ook goed te doen door een verhaal te schrijven wat verkoopt en nieuwswaarde heeft. Probeer het contact met een journalist kort te houden. Nodig ze eens uit voor een kop koffie of een werkbezoek waarbij ze vragen kunnen stellen over je organisatie en de manier waarop je werkt. Voorkomen is namelijk altijd beter dan genezen.  

Wil je meer weten over woordvoering of getraind worden in hoe je de pers op de juiste manier te woord kunt staan? Neem dan een kijkje op onze pagina over mediatrainingen of lees onze whitepaper 

Maaike van Liempd

Stagiair, Sterk Werk Communicatie

Het EK-voetbal: ‘genieten’ van merkcampagnes en media-statements

Het EK-voetbal: ‘genieten’ van merkcampagnes en media-statements

Het EK-voetbal staat voor de deur en de Oranjegekte barst weer los. Of je als communicatieprofessional nu wel of niet van voetbal houdt, dit soort momenten blijven interessant om te volgen. Er komen namelijk tal van geslaagde en minder geslaagde (content)campagnes voorbij, net als bijzondere media-optredens. Ook dit jaar weer…

Van de vuvuzela tot Koning Toto: merkcampagnes rondom Oranje

Merken investeren al decennia lang bij elk groot voetbaltoernooi in ‘creatieve’ campagnes. Radio, tv en sociale media worden overspoeld met ludieke filmpjes en inhakers. Ook dit jaar weer: bekijk zeker even het overzicht met Oranje-campagnes op Adformatie. Vaak gaan de merkcampagnes gepaard met bijbehorende (oranje) attributen. Herinneren we ons de oranje vuvuzela nog uit 2010? Ongetwijfeld, maar of de link met een merk hierbij nog gelegd wordt? Dat is vermoedelijk wel het geval bij de DutchDress, beter bekend als het Bavariajurkje.

Veel merken en bedrijven hopen natuurlijk hun verkoop te stimuleren of naamsbekendheid te vergroten door in te haken op de Oranjegekte. Een groot voetbaltoernooi (maar denk ook aan de Olympische Spelen) is een ideaal moment om even in the picture te staan. Je moet als merk wel een beetje geluk hebben met de sportieve prestaties van onze landgenoten. Als het toernooi voorbij is, of ‘we’ liggen er vroegtijdig uit, is de hosannastemming vaak snel voorbij en gaan we over tot de orde van de dag. Als merk heb je dan wellicht wat meer omzet behaald, maar ligt jouw oranje-attribuut bij duizenden Nederlanders achterin de kast stof te happen.

Het kan ook fout gaan, inspelen op het oranjesentiment. De oranje oorlogshelm uit 2006 deed het nodige stof opwaaien omdat hij qua vorm toch verdacht veel leek op de helm van het Duitse leger in ‘40-’45. De KNVB verbood de helm bij wedstrijden van het Nederlands elftal, wat weer voor een mediastorm in binnen- en buitenland zorgde. Hoewel de vraag naar de helm na deze ophef overigens fors steeg, is dit waarschijnlijk niet de manier waarop je als bedrijf in de media wil komen.

Bond en bondscoach onder het vergrootglas

Ook de communicatie vanuit de KNVB en bondscoach Frank de Boer wordt in deze periode breed uitgemeten. De Boer deed een aantal ongelukkige uitspraken in de media. Zo gaf hij aan alle afvallers voor de EK-selectie persoonlijk gebeld te hebben. Bij zeker twee spelers was dat niet het geval: Anwar El Ghazi ontving zelfs ‘live’ tijdens tv-opnamen een appje waarin hij het nieuws kreeg dat hij geen EK speelt, ook Jeremiah St. Juste gaf aan niet gebeld te zijn. Onhandig, communicatieregel één is niet liegen. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

Enkele dagen na dit akkefietje gaf hij aan dat Queensy Menig een optie was als rechtsbuiten, terwijl de aanvaller van FC Twente niet in de selectie zit. De Boer bedoelde vermoedelijk Quincy Promes die wel is geselecteerd. Feitenkennis is noodzakelijk tijdens een mediaoptreden. Zorg dat je voorbereid bent en alle informatie paraat hebt. Daarnaast wekte De Boer de woede van keeper Jasper Cillessen door enkele dagen na de bekendmaking van de selectie te verkondigen dat Cillessen alsnog afviel door een positieve coronatest en hersteltijd. Dit tot verbazing van de doelman, die verklaarde dat De Boer tijdens het selectiemoment al wist dat de keeper positief had getest, fit was en geen klachten had. Ongelukkige momenten.

Met 17 miljoen bondscoaches wordt de communicatie van de KNVB in deze tijd ook nadrukkelijk gevolgd en, hoe kan het ook anders, bekritiseerd.  Zo pakte de voetbalbond het podium met een heuse afvallers-show, waarin de spelers die niet in de definitieve EK-selectie kwamen op social media met tussenpozen werden aangekondigd. Pijnlijk, want niet alleen lekten de namen op voorhand alsnog uit, ook leek het velen beter om de ‘losers’ een dergelijke soort publieke vernedering te besparen. Dan pakten de Italianen het in ieder geval komischer aan: in een Songfestival-achtige setting werd de EK-selectie gepresenteerd, waarna spelers en staf ongemakkelijk samen liedjes zongen. Ziet u het al voor zich? Memphis Depay en Wout Weghorst die samen een uitvoering van ‘Viva Hollandia’ ten gehore brengen, live op tv?

Het beloven weer boeiende weken te worden, zowel voor sportliefhebbers als communicatieprofessionals. Laten we hopen op fraaie campagnes, heldere media-statements en dat we, om met het inmiddels legendarische statement van een voormalig rvc-voorzitter van de KNVB te eindigen, iedere wedstrijd zullen winnen!

Kenny de Vilder

Consultant, Sterk Werk Communicatie

Geen tijd voor je contentcampagne? Geen excuus!

Geen tijd voor je contentcampagne? Geen excuus!

Elke communicatie- of marketingprofessional herkent het wel: je wilt een contentcampagne optuigen, gaat enthousiast aan de slag, maar tijdgebrek bij jezelf of bij collega’s zorgt voor uitstel. We weten allemaal: dat leidt tot afstel. Zonde, want zo gaat een mooie kans verloren om de waarde van jouw producten/diensten aan je publiek te tonen. Het goede nieuws? Na het lezen van dit blog weet je waarom ‘geen tijd’ voortaan geen excuus meer is!

Van uitstel komt afstel

Een crisis die tussendoor komt, last minute prioriteiten waardoor inhoudelijke experts geen tijd hebben om input te geven of actuele ontwikkelingen die aandacht vereisen: allemaal zaken waardoor contentcampagnes vertraging oplopen. In de praktijk zie ik vaak genoeg dat organisaties graag willen, maar door allerlei redenen toch niet de tijd nemen om een contentcampagne voor te bereiden. Goede ideeën blijven zo op de plank liggen en meer dan eens komen ze daar ook niet meer vanaf. Bijvoorbeeld omdat later in het jaar blijkt dat de concurrent er met een soortgelijke campagne voor zorgt dat je niet meer relevant bent. Of het budget ‘op’ is. Of de actualiteit je goede ideeën inmiddels heeft ingehaald.

Focus in één week op je campagne

Hoe zorg je dan toch voor de content waaruit een campagne bestaat? Mijn advies: reserveer een korte periode van bijvoorbeeld een week, waarin de focus alleen op het creëren van content voor je campagne ligt. Je kunt hier aan het begin van het jaar al rekening mee houden in je strategische planning. Reserveer desnoods 2-3 momenten per jaar, dan is er altijd wel een optie mogelijk. Is het intensief, alle contentmiddelen voor een campagne uitwerken in een week? Absoluut! Maar het is zeker haalbaar en heeft ook voordelen:

  • Je hebt in die ene week de volledige focus op het thema. Geen afleiding want je collega’s weten dat jij en je teamgenoten die week gereserveerd hebben. En natuurlijk, dat betekent niet dat je er 40 uur niet bent, even de mail checken kan uiteraard altijd.
  • De inhoudelijke experts hoeven slechts één keer hun agenda vrij te maken. Input geven kost tijd, maar is uiteraard noodzakelijk om goede content creëren. Niet alleen kun je in een week echt zorgen voor diepgang en een onderwerp helemaal doorspreken, experts hoeven ook niet om de zoveel weken weer een interview te geven of teksten na te lezen.
  • Samen aan een campagne werken, is leuk! Ga met het team op een andere locatie zitten als dat weer kan, maak een online ‘room’ aan, plan een pizzameeting in, whatever, maar kom uit die comfortzone. Zo ontstaan vaak de beste ideeën.
  • Je boekt direct tastbare resultaten. Door in één week het traject van input tot creatie en oplevering van contentmiddelen te doorlopen, heb je direct de content beschikbaar. Handig, want zo kunnen collega’s al webpagina’s inrichten of e-mails klaarzetten, ook als de campagne pas later in het jaar van start gaat.
  • Je behaalt de doelen die je hebt gesteld. Want ondanks alle drukte en andere prioriteiten heb je wel gewoon die campagne voorbereid en komen er resultaten binnen. En dat is uiteraard wel zo fijn als er wordt geëvalueerd of de doelstellingen zijn behaald!

Geen tijd voor content? Dat is dus echt geen excuus meer…aan de slag!

Wil je meer weten over hoe je een campagne binnen een week van A tot Z optuigt? Of heb je hulp nodig om dit te doen? Lees dan meer over onze contentbootcamp of neem direct contact op. Wij denken graag met je mee.

Kenny de Vilder

Consultant, Sterk Werk Communicatie

Goede duurzaamheidsmarketing; voorkom het idee van greenwashing

Goede duurzaamheidsmarketing; voorkom het idee van greenwashing

Duurzaamheid is bij de consument, de politiek en ook bij steeds meer bedrijven hot topic. Maar hoe kan je hier het beste over communiceren, zonder het idee van greenwashing te creëren?

In de vorige blog keken we naar de gevaren van greenwashing, oftewel zeggen dat je duurzaam bent als organisatie, maar dit in de praktijk niet zijn. Ondanks dat de hedendaagse consument steeds vaker om duurzamere producten vraagt, maakt hij zich ook meer en meer druk om greenwashing. Maar niet alleen de consument en de media zitten er bovenop, ook de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft regels opgesteld om greenwashing te voorkomen. Bedrijven die zich daar niet aan houden, kunnen een boete krijgen en worden er in de openbaarheid op aangesproken. Mede hierdoor leidt greenwashing in sommige gevallen zelfs tot een ernstige reputatiecrisis. De belangrijkste les is dan ook; ben je niet (volledig) groen, doe dan niet alsof je dat wel bent.

Tegelijkertijd zijn er veel bedrijven die met de beste bedoelingen hun organisaties en producten verduurzamen en die dit, logischerwijs, ook willen promoten. Deze vorm wordt duurzaamheidsmarketing en -communicatie genoemd. Het merk probeert tegemoet te komen aan de wensen en behoeftes van de doelgroep, zonder dat dat ten koste gaat van het milieu. Maar hoe promoot je jouw duurzame ontwikkelingen, zonder dat de indruk van greenwashing ontstaat?

1. Wees volledig eerlijk en duidelijk in je communicatie. Maak niet gebruik van vage of algemene termen, zeker niet als deze ter discussie staan. Licht ook toe wat je precies doet om duurzamer te zijn, hoe meer details hoe beter. Het is niet erg om te vertellen wat je (nog) niet doet of wat nog niet is gelukt. Zolang je kan uitleggen waarom en op welke termijn je dit wel van plan bent, is het niet erg om je tekortkomingen te delen. Het is stukken erger als de consument of de media die zelf gaan bedenken of ontdekken.

2. Stel realistische doelen en maak geen loze beloftes. Duurzame doelen stellen is goed, maar zorg er wel voor dat deze doelen realistisch zijn en ook bereikt worden. Belofte maakt tenslotte schuld. Controleer dus vooraf goed wat de belofte inhoudt. Wees ook niet te algemeen. ‘’We worden binnen 5 jaar duurzamer’’ is lastig te controleren, terwijl ‘’binnen 5 jaar stoten onze fabrieken geen CO2 meer uit’’ je boodschap veel specifieker en verifieerbaarder maakt.

3. Werk met keurmerken en labels, maar kies wel voor erkende versies. Zelf een ‘groen’ keurmerk ontwikkelen en plaatsen op je product kan de indruk van greenwashing juist vergroten. Maak daarom gebruik van keurmerken die ontwikkeld zijn door erkende partijen en die regelmatig gecontroleerd worden. Op die manier kan jouw organisatie meeliften op het vertrouwen van die instanties.

4. Denk na over de promotie en verspreiding. Een duurzaam product promoten door middel van duizenden flyers sluit niet aan op het verhaal dat je probeert te vertellen. Ook hierin kan je kiezen voor meer duurzame oplossingen. Kies daarom voor ‘groene’ webhosting, afbreekbaar karton of een volledig online campagne.

5. Verzamel bewijzen die je communicatie ondersteunen en voorkom te allen tijde het ‘wij van WC-eend’-principe. Steeds meer bedrijven maken volledig inzichtelijk waar een product vandaan komt, hoe het precies wordt gemaakt en hoe het verzonden wordt. Hierdoor kan een consument de supply chain van het product zogezegd zelf ‘volgen’. Door het gehele (duurzame) proces te laten zien, wek je vertrouwen op bij de consument.

6. Worden de kosten hoger? Dan is het niet altijd erger om dit door te voeren in de prijs. De hedendaagse consument is veelal bereid meer te betalen voor een product, zolang ze weten waar het prijsverschil vandaan komt en wat ze ervoor terugkrijgen.

Concluderend is duurzame marketing dan ook een strategie die veel aan bedrijven kan toevoegen. Tegelijkertijd moeten bedrijven er zorgvuldig mee omgaan. Ga daarom bij elke campagne even op de stoel van de consument of journalist zitten. Welke vervelende vragen zou jij kunnen bedenken? Welke losse eindjes zijn er nog? En zijn die te verdedigen? Ook in dit geval is voorkomen beter dan genezen.

Marije van Kwawegen

Consultant, Sterk Werk Communicatie

Een nieuwe crisis op de loer: greenwashing

Een nieuwe crisis op de loer: greenwashing

‘Groen’ zijn op papier, maar niet in de praktijk. Door middel van greenwashing houden bedrijven consumenten voor de gek met als doel meer producten te verkopen. Maar in de huidige, online wereld komen ze hier niet meer mee weg en kan de ontmaskering leiden tot een zeer beschadigende reputatiecrisis.

Greenwashing als communicatie- en marketingtechniek

Maatschappelijke verantwoordelijkheid staat bij Nederlandse consumenten hoog op de agenda. We scheiden ons afval, eten minder vlees en zijn bereid meer te betalen voor duurzame producten.  Parallel aan dit nieuwe publieke bewustzijn is er bij veel organisaties druk ontstaan om ‘groen te zijn’. De markt beweegt tenslotte mee met de wensen van consumenten.

Maar waar sommige bedrijven zich oprecht inzetten voor duurzame producten en diensten, zijn er ook bedrijven die hun groene praktijken overdrijven en hier zelfs over liegen. Dit wordt  “greenwashing” genoemd. Het doel is een financieel ​​voordeel te behalen door  naar buiten te treden als een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord is, terwijl het bedrijf de investeringen die leiden tot een meer duurzame organisatie, niet hoeven te doen. Greenwashing is dan ook vooral een communicatie- en marketingtechniek.

Greenwashing in de online wereld

Greenwashing is niet nieuw; ook vóór de ontwikkeling van internet en sociale media kwam dit fenomeen voor. Destijds kwamen bedrijven hier vaker mee weg. Tegenwoordig hebben ze te maken met een steeds sceptischer en kritischer publiek dat gemakkelijker aan informatie komt. Ook Ngo’s nemen de duurzame inspanningen van bedrijven steeds vaker onder de loep. Als het publiek vervolgens doorheeft dat er sprake is van greenwashing, is het ook goed in staat om de organisatie (online) te ontmaskeren en te veroordelen. En juist dat kan funest zijn voor de bedrijfsreputatie.

Vele vormen van greenwashing

Eén van de bekendste voorbeelden van greenwashing is het sjoemelschandaal van Volkswagen. De autofabrikant had elf miljoen dieselauto’s voorzien van ‘sjoemelsoftware’ zodat de auto’s bij emissietesten minder vervuilende gassen leken uit te stoten. Ondertussen claimde Volkswagen in de communicatie dat hun auto’s ‘groener’ waren dan die van concurrenten. Toch gaat het bij greenwashing niet altijd over illegale praktijken en grove leugens, maar bestaan er vele vormen:

 

  1. De afgelopen jaren is het taalgebruik van veel bedrijven veranderd. Termen als ‘biologisch, duurzaam en circulair’ zijn verworden tot vage marketingkreten’. Er bestaat echter een semantische discussie over de invulling van deze woorden, want wanneer is iets officieel duurzaam? Bedrijven maken hier misbruik van. Zo kreeg Zara kritiek toen het aankondigde dat tegen 2025 al haar kleding gemaakt zou zijn van 100% ‘duurzame stoffen’, terwijl de definitie van deze term nog ter discussie staat. Ook de huisstijlkleuren van bedrijven zijn veranderd. Zo wisselen steeds meer bedrijven naar een groene kleur, omdat dit het idee van duurzaamheid bekrachtigt. Denk bijvoorbeeld aan McDonalds dat tegenwoordig een groen logo heeft.

2. Bedrijven die bekend staan als vervuilers investeren soms gedeeltelijk in een MVO-beleid, om dit vervolgens marketingtechnisch uit te melken. Zo communiceert het Zweedse modehuis H&M veelvoudig over hun duurzame kledinglijn Conscious, terwijl die slechts een fractie van de totale kledingverkoop omvat. Deze actie leidde meermaals tot uitgebreide kritiek. Ook kan de ‘groene’ communicatie van bedrijven niet oprecht overkomen. Zo startte Shell een initiatief waarbij de consument de CO2-uitstoot compenseert door 1 cent per liter meer te betalen. Op de actie werd online lachwekkend gereageerd. Ondertussen loopt het merk dankzij Tim Hoffman zelfs het risico om de titel ‘koninklijk’ te verliezen, aangezien hun duurzame acties in het niet staan tot hun milieu-beschadigende activiteiten.

3. Consumenten vergeten niet snel het verleden van een organisatie. Toen Campina besloot hun yoghurtpakken te produceren zonder plastic dop, kwam online al snel de reactie dat zij het waren die jaren geleden de dop introduceerden. Nu doen alsof zij een duurzame oplossing hebben bedacht, werd door consumenten gezien als hypocriet.

4. Tot slot staan consumenten niet open voor selectieve maatschappelijke verantwoordelijkheid. Merken die zeggen zo min mogelijk CO2 uit te stoten maar ondertussen wel gebruik maken van kinderarbeid, komen daar niet mee weg. Ook doen alsof iets een duurzame keuze van een bedrijf is terwijl hetgeen enkel voldoet aan wettelijke en opgelegde regels, wordt niet door de vingers gezien. Toen Zeeman een campagne startte waarin zij aangaven dat een shirt van 2,99 prima duurzaam kan zijn, leidde dat tot veel vragen over de werkomstandigheden die hiervoor nodig waren.

Toch biedt de groene revolutie ook veel kansen voor bedrijven. Duurzame marketing kan hier een belangrijke rol in spelen, zolang deze communicatie aan enkele regels voldoet. Wil je weten wat die regels zijn? Dat lees je volgende week in deel twee van dit blog.

Marije van Kwawegen

Consultant, Sterk Werk Communicatie