Selecteer een pagina
Een kerst vol emoties: vertel je verhaal

Een kerst vol emoties: vertel je verhaal

 

Sinterklaas heeft afscheid genomen en is op weg terug naar Spanje, maar de slee van de kerstman staat alweer klaar. Traditioneel gaan de feestdagen gepaard met veel emoties. Zo worden we blij van het opzetten van de kerstboom, van de bekende Coca Cola-kerstreclames en bij het horen van kerstklassiekers als “Last Christmas” of “All I want for Christmas” op tv of radio. Emoties zijn ook kenmerkend voor het oudste communicatiemiddel in het bestaan van de mens: Het verhaal.

Mensen zijn verslaafd aan verhalen. We kunnen er niks aan doen; het zit in ons DNA. Goede verhalen entertainen niet alleen, maar blijven ook hangen doordat ze ons raken. Dat maakt dat ze volop gedeeld en doorverteld worden. Het totale bereik is daarmee vele malen groter dan alleen je ‘rechtstreekse’ publiek. Goede verhalen vinden we niet alleen in films of boeken – het kan ook de realiteit zijn, zoals het verhaal over de tegenslagen van een bedrijf op weg naar de top. Toch is een corporate story zelden zo meeslepend als een spannend kerstverhaal. Hoe kan dat?

Will & Grace
De reden is dat de meeste bedrijfsverhalen vaak alleen maar informeren. Het jaar van oprichting, het aantal werknemers, de omzet: het gaat vooral om feiten. Vraag jezelf eens eerlijk af: lees je liever zo’n verhaal of bij voorkeur een spannend boek?

Een goed verhaal speelt in op onze emoties, kan ze versterken of zelfs veranderen. Bij een verandering van emoties veranderen onze gedachten mee. Daardoor verandert ook ons gedrag. Zo kan een goed verhaal alsnog de sympathie wekken van een klant die eerder bepaald geen fan was van een bedrijf. Een mooi voorbeeld is het ‘Will & Grace’-effect.

Om ervoor te zorgen dat je verhaal echt impact heeft, is het cruciaal dat je weet tegen wie je het hebt. Vraag je af: wat vind je lezer of luisteraar écht belangrijk? Waar gelooft hij in, wat is goed of fout in zijn ogen? Wat raakt hem en wat stoot hem juist af? Pas als je dit weet, kun je succesvol de emoties van je publiek beïnvloeden. Belangrijk is ook dat je weet welke emoties er al spelen.

Emotie komt eerst
Moderne technieken zoals fMRI hebben ons zicht gegeven op wat er gebeurt in onze hersenen tijdens een verhaal. Wat blijkt is dat we dezelfde emoties als de hoofdpersoon ervaren doordat onze hersenen de bijbehorende stoffen aanmaken. Is de hoofdpersoon bijvoorbeeld vrolijk, dan worden wij dat ook dankzij de aanmaak van endorfine.

Storytelling kan effectief zijn om de aandacht van je publiek te grijpen, mits je inspeelt op de emoties van je publiek. Wat dat betreft kunnen bedrijven veel leren van de feestdagencampagnes die we komende weken weer volop gaan zien. Gezelligheid, knusheid, het herenigen van geliefden of families staat centraal in die campagnes. Mensen zuigen die emoties automatisch op – de (commerciële) boodschap pakken ze onbewust mee.

Mijn advies aan organisaties: ‘pull at the heartstrings’, gebruik meer emotie. Durf je kwetsbaar op te stellen, laat zien wie je bent en wat je als bedrijf hebt meegemaakt. Zulke open communicatie kan de band met je publiek flink versterken.

Veronique Lefel

Consultant

Wilders en Trump: slechte publiciteit bestaat niet

Wilders en Trump: slechte publiciteit bestaat niet

 

Vorige maand won Trump, tegen vele verwachtingen in, de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Zijn communicatiestrategie, zoals eerder geanalyseerd door Sterk Werk en Monalyse, draaide vooral om het profiteren van zelf gegenereerde aandacht. Met gedurfde uitspraken tijdens debatten of op social media, wist hij de aandacht op zich te vestigen van media en publiek. Wanneer eenmaal de spotlight volledig op hem was gericht, maakte hij hier dankbaar gebruik van en schoof zijn campagne naar de voorgrond. Via zijn eigen kanalen (17 miljoen volgers op twitter bijvoorbeeld) kreeg hij de traditionele media er gratis bij.

In Nederland zien we hetzelfde gebeuren. Geert Wilders past sinds jaar en dag eenzelfde strategie toe: spraakmakende uitspraken via eigen kanalen of op bijeenkomsten bepalen het gesprek van de dag en bereiken de media. Vandaag kwam daar een aandachtsbonus bovenop: een breed uitgemeten uitspraak van het gerechtshof die live te volgen was op social media, online en op tv. Meteen kondigde de politicus aan in hoger beroep te gaan. Slim, want de aandacht blijft daardoor op hem gevestigd in verkiezingstijd – het OM sponsort door een rechtszaak te beginnen indirect de verkiezingscampagne van de PVV.

Wilders op je feestje
“Alle aandacht is goede aandacht”, is waarschijnlijk het motto van beide heren. Dat blijkt ook wel, want vandaag staat Wilders op de voorpagina van de Volkskrant met de kop “Wilders Wint”. Mede door zijn rechtszaak heeft hij namelijk een enorme sprong in de peilingen gemaakt. ‘Owned’ en ‘earned’ media winnen dus ook in de campagne van Wilders van ‘paid’ media; ‘shared’ gooit er nog een schepje bovenop want ondertussen heeft iedereen er wel een mening over. De rechtszaak zelf, de uitspraak, de nieuwsblogs en de tweets van Wilders zelf, zijn allemaal momenten waarin hij in de media naar de voorgrond wordt geschoven. Als hij deze koers aanhoudt tot maart 2017, heeft hij in ieder geval de media succesvol weten bezig te houden en blijft hij in het oog én in het hart van velen. Als gevolg zal hij ook op veel verjaardagsfeestjes een onderwerp van gesprek zijn: “Wat vind jij nou van die hele situatie? Geef je Wilders gelijk, of niet?” Als de uitslag aan de andere kant van de oceaan een indicatie is, dan kan Wilders alvast aan de slag gaan met zijn overwinningsspeech.

Pieppolitici populair
Beide campagnes laten duidelijk zien dat om succesvol te communiceren, een goed beeld van je belangrijkste stakeholders cruciaal is. Hoe kun je hen het beste bereiken? Wat spreekt hen aan of stoot hen juist af? Wat je er inhoudelijk ook van vindt, vanuit communicatieperspectief bekeken houden beide heren er een uitgekookte communicatiestrategie op na die effectief is in het bereiken van hun electoraat en hun doelen. Heel anders dan hun tegenstanders, hoeven zij minder te leunen op dure betaalde campagnes of inhoudelijke interviews met traditionele media: hun boodschappen vinden uiteindelijk toch wel de weg naar het publiek. Dat ze en passant de rechtsstaat publiekelijk in twijfel trekken, bevestigt hun goed gespeelde slachtofferrol van het establishment. Pieppolitici zijn nu eenmaal populair.

Wat de lange termijn gevolgen van deze strategie zijn valt nog te bezien, maar het is duidelijk dat de recente campagnes hebben gezorgd voor een verandering, misschien wel disruptieve innovatie, in het communicatie vak.

 

Veronique Lefel

Consultant

LuckyTViral

LuckyTViral

 

LuckyTV, al jaren een begrip onder DWDD kijkers, had afgelopen maandag zijn eerste viral te pakken. De video, waarin het lijkt of Trump en Clinton ‘’Time of my Life’’ (dirty dancing) zingen tijdens het tweede Amerikaanse verkiezingsdebat is intussen miljoenen keren bekeken.

Dit kwam niet alleen door de sociale media, ook nieuwszender CBS pakte het op. De maker van het filmpje, Sander van de Pavert was blij verrast dat zijn filmpje wereldwijd zo goed ontvangen werd.

Naast LuckyTV werd doorsnee Amerikaan Ken Bone ook een groot succes op social media. De beste man stelde een doodnormale vraag over het toekomstige energiebeleid van beide kandidaten, maar had nogal een opvallende rode trui aan. Ongetwijfeld één van zijn betere kledingkeuzes, aangezien men er maar niet over op kon houden op Twitter.

Onvoorspelbaar
Voor zowel Sander van de Pavert als voor Ken Bone stond de wereld binnen 24 uur na livegang van hun video’s, op zijn kop. Dit voorbeeld samen met vele andere video’s laat zien dat viral marketing vrijwel niet te voorspellen is. Maar dat betekent ook dat een viral campagne heel goed of heel slecht kan uitvallen.

LuckyTV herinnert ons aan de absurditeit van het desbetreffende debat en de verkiezingen in het algemeen. Maar we moeten ook niet vergeten dat het gaat om een land met meer dan 300 miljoen inwoners, ieder met eigen zorgen. Mensen zoals Ken Bone die, door het populistische oerwoud, nog wel de kern zien van het presidentschap en zich maar al te goed realiseren dat één van de twee het de komende vier jaar voor het zeggen heeft.
De enige echte winnaars uit het debat van afgelopen maandag waren dus niet Trump of Clinton, maar Sander van de Pavert en Ken Bone, want die twee hadden ongetwijfeld the time of their lives.

Pim Roggeveen

Assistent PR & Contentmarketing

Lees deze blog niet

Lees deze blog niet

Ben je toch begonnen met lezen? Interessant. Aangezien de kop helemaal niets zegt.

En daarmee alles.

Want je leest deze blog nog steeds. Vraag je eens af hoe dat komt.

Omdat je nieuwsgierig bent? Omdat het op onze site staat, of via onze social kanalen is uitgestuurd waardoor je vermoedt dat het over jouw vakgebied gaat? Of omdat je ‘m hebt ontvangen via je netwerk?

Blijkbaar hebben die aspecten je doen besluiten om toch deze blog te lezen. Zonder iets te zeggen, is je aandacht getrokken.

Ik kom het bij veel organisaties tegen: de rem om iets te zeggen. De gedachte dat wat ze doen, helemaal niet zo bijzonder is – het is nu eenmaal de dagelijkse praktijk. Zitten mijn doelgroepen wel op mij te wachten? Willen ze wel iets van mij lezen, zien of horen? Maar ik heb toch niets nieuws of belangrijks te zeggen? Kan ik het allemaal wel wetenschappelijk onderbouwen?

Heel vaak zijn het drogredenen. Jouw organisatie is ergens heel goed in. Het is relevant voor een bepaalde doelgroep. Anders zou je organisatie niet bestaan. Jij bent blijkbaar ergens heel goed in. Je weet mensen te raken, te bewegen, te inspireren. Anders zou je er niet werken.

Contentmarketing hoeft niet altijd inhoudelijk en wetenschappelijk verantwoord te zijn. Gooi de schroom van je af: begin vooral, en doe het regelmatig. Besef dat wat je doet, echt de moeite waard is om te vertellen. Beter iets te vaak van je laten horen, dan niets doen. Want dan doen anderen het wel.

Je netwerk ziet je als expert of als gezaghebbend, als leuk of interessant. Het feit dat jij iets zegt of schrijft, spreekt aan.

Dat dat echt niet altijd wetenschappelijk onderbouwd of helemaal doordacht hoeft te zijn, bewijst deze nietszeggende blog. Die blijkbaar veel zegt. Want je hebt ‘m helemaal uitgelezen.

Sietse Pots

Managing Director

Strijd tegen verengelsing is als een poldersloot rond onze taal

Strijd tegen verengelsing is als een poldersloot rond onze taal

De Engelse taal is een groeiende bedreiging voor ons eigen Nederlands, vindt Jan Roukens van de Stichting Nederlands. Vrijdag stelde hij in dagblad Metro dat Engelse woorden ons land belagen en dat daarmee ook onze samenleving verengelst; politici zouden in actie moeten komen om het Nederlands te redden. Gaat dat niet lijnrecht in tegen het wezen van taal – doorlopende verandering?

Roukens’ hang naar zuiver Nederlands wordt breder gedeeld en is niet alleen iets van de laatste dagen. Taalbewakers zoals hij ergeren zich al jaren aan termen als ‘random’, ‘chill’ en ‘joggingpak’. Alternatieven hebben ze vaak ook. ‘Link’ is ‘koppeling’, ‘grip’ is ‘houvast’ en ‘e-mail’ zou ‘netpost’ moeten zijn. Dat laatste klopt natuurlijk als een bus (geen box): email ís net post.

Natuurlijk proces
Uit de oproep van Roukens spreekt een liefde voor taal, maar zijn redenering piept en kraakt aan alle kanten. Zo is het niet het Engels dat onze samenleving verengelst, maar is het precies andersom: dankzij (nieuwe) media staan we permanent in contact met de wereld, waar Engels nu eenmaal de voertaal is. Zo sluipen anglicismen logischerwijs ons vocabulaire binnen. Roukens noemt dat weemoedig taalverkwijning. Hij zou beter moeten weten: taalverandering is een natuurlijk proces.

Ook vreemd is dat Roukens politici vraagt om op de bres te gaan staan voor onze taal. Dat riekt naar staatsinterventie: de inhoud van de lessen is aan experts en docenten. Met een verbod op Engelse termen voor scholieren in de les, zouden we de moderne realiteit domweg ontkennen. Over het belang van Engels twijfelt niemand meer: Platform Onderwijs 2032 pleitte begin deze maand nog voor lessen Engels vanaf groep 1 van de basisschool.

Poldersloot
Wie het Nederlands koestert, geeft het stokje door aan échte taalmakers. Een taal hou je immers alleen in stand  door hem te gebruiken. Nico Dijkshoorn, Wim T. Schippers, Van Kooten en de Bie en Nederlandstalige rappers – van oervader Drs. P tot Ronnie Flex en De Jeugd van Tegenwoordig – bewijzen het. Koester deze mensen en laat ze met onze taal spelen. Met mooie, rake teksten als inspiratie komen we verder dan met een poldersloot rond onze taal.

Bard Borger

Consultant & Copywriter