Selecteer een pagina

Fraude of perverse prikkels: met framing voor eigen rechter spelen

door | 16-11-18 | Crisiscommunicatie, Public Relations

Nieuwsuur zendt momenteel een spannende serie uit: de staat van de rechtsstaat.
Deze week was de zittende magistratuur aan de beurt. Rechters vertelden hoe hun wereld er op dit moment uitziet. Druk, druk en nog eens druk. Rechters maken soms wel vijftien tot twintig overuren per week. Met ook nog eens te weinig geld om al dat werk te kunnen bekostigen. De staat van de rechtsstaat in een notendop.

Rechter Nathalie van Waterschool werd in Nieuwsuur door de Nederlandse Vereniging (NVVR) voor Rechtsspraak naar voren geschoven om uit te leggen hoe hoog de werkdruk is. Naast haar bestuursfunctie bij de NVVR is ze oprichter van het project WIEB – Wat Ik Eigenlijk Bedoel – voorvechter van duidelijke taal binnen de rechtspraak (bron). Dat is voer voor een communicatieprofessional, dus luisterde ik vanzelfsprekend met meer aandacht dan doorgaans naar haar rechterlijke uitspraak wordt geluisterd.

Rechter Van Waterschoot vindt het belangrijk om ‘mensen mee te nemen en echt sámen van koers te veranderen.’ Zo’n uitspraak maakt het nog eens extra spannend. Te meer omdat ze ook nog eens strafrechter is en op die manier midden in de samenleving staat. Recht van onrecht scheiden in haar besluiten – en zin van onzin scheiden in haar taalgebruik.

Helaas, de realiteit is anders. Nieuwsuur was erachter gekomen dat rechters soms zonder noodzaak rechtszaken doorschuiven van de enkelvoudige kamer naar de meervoudige kamer. Dit met als enige reden de omzet te vertienvoudigen. Interessant. Op de vraag aan de rechter of dit fraude is (bron), was het antwoord: het is geen fraude maar een perverse prikkel (van de overheid). Je krijgt immers meer nadat je de indruk wekt dat zaken complexer zijn.

Recht praten wat krom is
Kennelijk zijn werkdruk en behoefte aan geld voor de zittende magistratuur legitieme argumenten om het woord fraude te veranderen in perverse prikkel. Het eerste doe je namelijk zelf en het tweede kun je een ander verwijten. Als het zo makkelijk is dat je met ‘framing’ dat wat krom is recht kunt praten, kan voortaan iedere advocaat elke client, verdacht van witwaspraktijken, op deze manier vrijpleiten. “Nee, edelachtbare, hier is geen sprake van fraude, maar van een perverse prikkel om de veel te hoge belastingdruk te ontwijken.”

Dit is de uitspraak van de rechter en zo zit het, zou de rijdende rechter zeggen. Helaas zit het niet zo. Strafrecht framen op een manier waardoor de rechter wel mag frauderen maar de ander niet, is niet alleen slechte communicatie, maar getuigt ook van minachting voor de rechtstaat en voor eigen rechter spelen. Duidelijke taal toch?

Gert Hofsteenge

Director SWC Groep

Copyright © Sterk Werk Communicatie & Contentmarketing