• Home
  • nieuws
  • Waarom we wel genderneutraal móeten communiceren (sorry voor het woord)

Waarom we wel genderneutraal móeten communiceren (sorry voor het woord)

Bard Borger, consultant en copywriter

Het hoge woord is eruit: ‘genderneutraal’ is verkozen tot irritantste woord van 2017. Bijna de helft (43 procent) van de 23.000 stemmers zette deze term op één, waardoor we dit ‘verboden woord’ nu juist extra veel gebruiken (denk niet aan een roze olifant). Tot zover het cynisme over deze verkiezing. Hoe ingewikkeld is genderneutraal communiceren eigenlijk? En in hoeverre is het nieuw?

Dat genderneutraal communiceren vaak gewoonweg beter past bewijst bijvoorbeeld NS, die ons tegenwoordig niet langer met ‘dames en heren’ maar met ‘reizigers’ aanspreekt. De reden, zo stelt NS zelf, is dat ieder mens zich door de spoorwegen aangesproken moet kunnen voelen. En reizigers zijn we in de trein allemaal. Denk hier eens over na, het is een vondst. De noodzaak om te reizen is inderdaad dé gemene deler van een verder zeer diverse groep.

Slimme labelnaam
Het vinden van een neutrale, slimme labelnaam voor je doelgroep is een kwestie van je doelgroep kennen. Cruciaal is dat de term precies aangeeft wat die groep verbindt zonder daarbij naar zaken zoals afkomst, geloof of geslacht te verwijzen. Hint: bedenk wat de gedeelde uitdaging of passie is van jouw doelgroep die jij met jouw product of dienst ‘invult’. Zoek het in fundamentele wensen en behoeften, niet in materiële zaken. Voor NS zou ‘treinreizigers’ bijvoorbeeld onnodig specifiek zijn. Het doel van treinreizigers is van A naar B komen (lees: reizen), niet per sé reizen met de trein.

Laat je inspireren door de volgende voorbeelden:

1. Runner’s World (doelgroep: ‘runners/hardlopers’)

 

2. Playstation (doelgroep: ‘players’)

 

3. Bever (doelgroep: ‘buitenmensen’)

4. Praxis (doelgroep: ‘makers’)

Nieuw is het gebruik van genderneutrale labels voor doelgroepen trouwens allesbehalve. Termen als ‘reizigers’ zijn geen kwestie van maatschappelijke correctheid, maar van duiding: ze spreken de doelgroep specifieker aan. Blogs, nieuwsbrieven, flyers, omroepberichten en radiospotjes zijn zelden aan mensen in het algemeen gericht, maar aan:

gasten; 
cliënten;
kandidaten; 
bezoekers; 
patiënten; 
winkeliers; 
boekhouders; 
advocaten; 
managers; 
bestuurders; 
sportvissers; 
dansers; 
festivalgangers; 
fans; 
supporters; 
aanwezigen; 
opvoeders; 
ambtenaren; 
huurders; 
makelaars; 
taalliefhebbers; 
demonstranten; 
etc. etc.

Ga maar na hoe neutraal deze alom bekende labels zijn: het kunnen stuk voor stuk zowel mannen als vrouwen zijn, én alles daartussenin. Dat is goed, want zo spreek je een hele doelgroep aan, hoe divers die verder ook is. Kortom: laten we vooral woordverkiezingen blijven houden en niet lichtzinnig doen over de impact van woorden. Maar wat mensen ook van het woord ‘genderneutraal’ vinden, genderneutraal communiceren met gebruik van slimme labelnamen moeten organisaties vooral blijven doen.